Onderzoek P.L. Tack

Het veldnamenonderzoek van P.L. Tack

Petrus Ludovicus Tack werd geboren in 1870 in Hambeek (België). Hij studeerde Germaanse letteren te Gent. Tijdens de Eerste Wereldoorlog spande hij zich in voor het Nederlandstalig onderwijs in Vlaanderen. In 1916 werd hij hoogleraar aan de eerste Nederlandse Universiteit te Gent en later directeur-generaal van het Ministerie van Wetenschap en Kunst. Omdat hij in die tijd omging met de Duitse bezetter werd hij in 1919 door het Belgisch gerecht bij verstek ter dood veroordeeld. Hij was inmiddels via Duitsland naar Nederland gevlucht. In Middelburg werd hij benoemd tot leraar Nederlands aan de Hogere Burgerschool; van 1925 tot 1935 was hij leraar Nederlandse Taal en Correspondentie aan de Handelsschool te Middelburg. In 1935 vertrok hij naar Nijmegen, waar hij in 1943 overleed.

Tack was lid van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, waaraan hij verschillende bijdragen leverde. Diverse artikelen over historische onderwerpen met betrekking tot Zeeland zijn er in de jaren dertig van zijn hand verschenen. Daarin worden zo nu en dan de overlopers van de Polder Walcheren genoemd, die de bronnen waren voor zijn omvangrijkste onderzoek. Doel van dat onderzoek was het inventariseren en verklaren van de veldnamen uit de overlopers van de vier wateringen van Walcheren. De registers beslaan de periode 1566 tot 1675.
Ter aanvulling raadpleegde hij ook ander archiefmateriaal, onder andere de zogenaamde manualen van de landpacht van de Middelburgse abdij (1350-1463) en de beschrijving van tiendblokken uit 1783. Tot publicatie van het werk, dat zou heten: 'De Walcherse veldnamen in de overlopers van de Polder Walcheren anno 1566-1577', is het echter nooit gekomen. In 1938 heeft Tack contact gehad met drukkerij Altorffer te Middelburg die een uitgave niet aandurfde. Na zijn overlijden in 1943 hebben anderen nog geprobeerd zijn werk uit te geven, onder meer P.J. Meertens.
 

Tack schrijft over zijn onderzoek:
“Het was een moeizaam en langdurig werk, die 22 zware folianten van ± 300 folio’s elk, aandachtig te lezen en te herlezen, van het oudste exemplaar van elke watering af tot het jongste en onder het lezen de veldnamen telkens op te schrijven met bijvoeging van folio, blok, ambacht en aanvullende, soms ophelderende bijzonderheden.
Het heeft jaren geduurd, eer wij dat werk onder de knie hadden en het heeft ons nooit verveeld”.

Tack verzamelde in totaal 1.687 veldnamen.
De verdeling over de vier wateringen van Walcheren is:
Vijf Ambachten (Noordwatering) 173
Westwatering 316
Zuidwatering 377
Oostwatering 821