De paalhoofden kust Noordwatering (18de eeuw)

Inleiding

De kust van de Noordwatering is te onderscheiden in drie afzonderlijke stukken. In het zuiden, op de grens van de voormalige gemeenten Zoutelande en Westkapelle, begint het Zuiderstrand, dat ten zuiden van Westkapelle overgaat in de Westkappelse zeedijk. In de richting van Domburg gaat de dijk over in het Noorderstrand, dat doorloopt tot voorbij Oostkapelle. Langs het Zuider- en Noorderstrand zijn tot op de dag van vandaag paalhoofden geplaatst, die tot doel hebben de stroming van de kust af te houden.

Voor 1800 bestonden deze paalhoofden uit twee tot drie rijen aaneengesloten palen, met elkaar verbonden door houten latten, reken genoemd. Tussen de paalrijen in werd steen gestort of de ruimten werden opgevuld met riet. Daarnaast waren er nog de zogenaamde staketwerken. Deze bestonden uit gesloten rijen, meestal vijf of zeven op gelijke afstand geplaatste eikenhouten palen, door gordingen met elkaar verbonden. Deze werken waren geplaatst op de dijk of het strand, maar ook op nollen: vanaf het duin of de dijk uitstekende kleiberg­jes, met het doel de duin- of dijk­voet te beschermen tegen afkalving.

De Walcherse polderbestuurders waren zo trots op deze bakens in zee dat ze deze met fraaie namen aanduidden. Net als bij veel van de veldnamen zijn deze namen afgeleid van personen of een plaatsaanduiding. Het was vooral de elite die zich liet vernoemen: gewestelijke en polderbestuurders (meest afkomstig uit Middelburg) en de adellijke grondeigenaren. Het geven van namen had vooral ook een praktische overweging, want op deze manier kon snel de juiste plaats aan de zeewering worden aangeduid. In 1750 lagen er 48 hoofden en staketten langs de kust van de Noordwatering, in 1784 waren het er 55. Rondom het gehele eiland lagen er in dat jaar 119 paalhoofden. In totaal hebben er in de 18de eeuw 63 verschillende paalhoofden en staket­werken voor de kust van de Noordwatering gelegen.[1]
De historische namen van enkele hoofden zijn nog terug te vinden op zwarte granietstenen, bij duin- en dijkovergangen tussen Zoutelande en Domburg.

Klik hier voor het overzicht van de paalhoofden

1.  Zie voor een uitgebreide geschiedenis van de Walcherse paalhoofden: Duizend jaar Walcheren, pp. 122, 123, 125-128.