Veldnamenonderzoek

Naamsverklaring

Behalve het verzamelen van de namen uit de mondelinge overlevering en uit de overlopers hield de veldnamencommissie zich ook bezig met het rubriceren en verklaren van de namen. Hiervoor paste de commissie de indeling toe die de naamkundige M. Schönfeld heeft gebruikt in zijn boek Veldnamen in Nederland, waarvan de eerste druk in 1949 verscheen. Zijn werk werd indertijd, zowel nationaal als internationaal, als opvallend gezien. Nederland kende namelijk wel een lange, maar geen omvangrijke naamkundige traditie. Het aantal beoefenaren van de toponymie was steeds vrij gering geweest en er bestonden geen grote materiaalverzamelingen. De basis van zijn werk werd gevormd door de antwoorden op een vragenlijst die hij in 1946 rondstuurde. Schönfeld kende veertien rubrieken toe. In de vijftiende rubriek heeft de veldnamencommissie de overige namen gerangschikt.

1. de hoogteligging: 't 'Oge Stik, de Laoge Weie.
2. de bodemgesteldheid en -kwaliteit: de Zure Weie (zuur in de betekenis van zwaar te bewerken).
3. de natuurlijke vegetatie: 't Rietstikje.
4. het grondgebruik: de Moestuun
5. de fauna: ‘t Veugelweitje.
6. het vee: de Schaepeweie.
7. de grootte: de Acht Gemete, een perceel grond van 8 x 40 are, dus 3,2 ha.
8. de vorm: den 'Alsweie, een wei met een halsvormig gedeelte
9. de ligging: de Voorste Weie.
10. de afsluiting, omheining: Achter de 'Aege.
11. het water: de Vieverweie
12. wegen, dammen, bruggen: 't 'Eulstik, heul in de betekenis van brug.
13. een gebouw: d' 'Ofweie, hof in de betekenis van boerderij.
14. een persoon: 't Land van Schêêve Jan.
15. overige namen: enkele daarvan zijn: Galleg'ôôgte, de plaats waar ooit de galg stond, de Veertig Gulden, de prijs die voor het stukje grond is betaald. Maar ook bevat deze rubriek namen waarvoor geen verklaring is gevonden.